Werknemers in de gezondheidszorg, die tijdens het uitvoeren van werkzaamheden in contact komen met verontreinigd bloed, lopen een beroepsrisico op besmetting met het hepatitis B-virus. Een besmetting met het hepatitis B-virus is te voorkomen met een vaccinatie. Een werkgever is verplicht het personeel in te enten tegen hepatitis B.
Het waarborgen van de veiligheid van cliënten wordt ontleend aan twee wetten: de Kwaliteitswet zorginstellingen en de Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG). De Kwaliteitswet zorginstellingen vraagt van instellingen garanties voor de kwaliteit van de geleverde zorg en eist dat instellingen beschikken over samenhangende kwaliteitsborgende maatregelen. Basis voor kwaliteitssystemen zijn onder andere professionele standaarden. Een beleid ter beperking van overdracht van hepatitis B- infectie (HBV) van personeel naar cliënt wordt gezien als kwaliteitsborgende maatregel, waaraan de richtlijn van de Commissie Iatrogene Preventie Hepatitis B ten grondslag ligt. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) beschouwt deze richtlijn als professionele standaard. Dit houdt in dat mensen die risicohandelingen uitvoeren, besmet kunnen worden met HBV en deze besmetting kunnen doorgeven aan cliënten. Risicohandelingen zijn handelingen, waarbij de kans op bloed-bloed contact groot is. Het betreft vooral handelingen waarbij de (gehandschoende) handen binnen lichaamsholten of wonden in contact kunnen komen met scherpe voorwerpen (b.v. naalden) of scherpe weefseldelen (b.v. botpunten of gebitselementen) terwijl de handen of vingertoppen niet zichtbaar zijn.
Vroeger dacht men dat dit risico vooral bij ziekenhuismedewerkers lag, maar tegenwoordig weet men dat ook medewerkers van andere zorginstellingen (zoals thuiszorg, verpleeghuizen) zo’n risico lopen. Thuiszorgmedewerkers kunnen ook in privé-huishoudens geconfronteerd worden met ‘slordig’ gedrag van anderen, bijv. vuile naalden die rondslingeren. Omdat virusdragers vaak geen ziekteverschijnselen vertonen, is het onduidelijk wie drager is en wie niet. Daarom dient iedereen als potentieel drager te worden beschouwd en is preventie noodzakelijk. Voor preventie van medewerkers en cliënten is het beleid (Arbobesluit artikel 4.91) dan ook dat medewerkers die risicohandelingen uitvoeren, gevaccineerd dienen te zijn tegen HBV. Indien een medewerker niet gevaccineerd is, moet deze elk kwartaal getest worden op HbsAG (Hepatitis B antigeen), waarbij het testresultaat negatief moet zijn.